Gids Proportionaliteit 2016

 

De Gids proportionaliteit bevat voorschriften inzake de toepassing van het proportionaliteitsbeginsel. Van die voorschriften mag worden afgeweken als in de aanbestedingsdocumenten is gemotiveerd waarom (comply or explain). De Gids Proportionaliteit 2012 is op 1 juli 2016 vervangen door de Gids Proportionaliteit 2016.

Waarom nu de Gids Proportionaliteit 2016?

In maart 2014 zijn nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen ingevoerd voor de klassieke sectoren (2014/24/EU), speciale sectoren (2014/25/EU) en concessieovereenkomsten (2014/23/EU). De Aanbestedingswet 2016 implementeert deze herziene Europese regelgeving. Vanwege deze wijzigingen in de Aanbestedingswet 2016 moet ook de Gids Proportionaliteit worden aangepast.

De auteurs (de schrijfgroep) van de Gids Proportionaliteit 2016 hebben de wijzigingen beoordeeld op relevantie voor de toepassing van het proportionaliteitsbeginsel. Waar naar het oordeel van de schrijfgroep nodig heeft dat geleid tot aanpassing van de tekst van de Gids Proportionaliteit. Andere wijzigingen dan verband houdend met de herziene regelgeving zijn niet doorgevoerd.

Het toepassingsbereik van de Gids Proportionaliteit 2016 verdient naar het oordeel van de schrijfgroep afzonderlijke aandacht. Bij het opstellen van de Gids Proportionaliteit heeft de schrijfgroep de regeling van de klassieke sectoren als uitgangspunt genomen. Daarmee heeft zij niet beoogd de toepassing van de Gids Proportionaliteit ook tot die sectoren te beperken. Afzonderlijke behandeling van proportionaliteitsaspecten voor de speciale sectoren zou destijds naar het oordeel van de schrijfgroep, zo al noodzakelijk, de opzet van de Gids Proportionaliteit onnodig hebben gecompliceerd, met eventuele uitzonderingsbepalingen en afzonderlijke voorbeelden en artikelverwijzingen.

In het licht van de plaatsing van de artikelen betreffende het proportionaliteitsbeginsel in Deel 1 van de Aanbestedingswet 2012 meent de Schrijfgroep (zowel toen als nu) dat de inhoud van de Gids mutatis mutandis van toepassing is op aanbestedingen waarop de bepalingen van Deel 3, en thans ook Deel 2a, van toepassing zijn.

De verwijzingen naar wetsartikelen betreffen artikelen uit de Aanbestedingswet 2016. De tekst van de Gids Proportionaliteit 2016 neemt digitale aanbesteding tot uitgangspunt; de wettelijke verplichting daartoe gaat echter pas in op 1 juli 2017. De tekst voor de Gids Proportionaliteit 2016 is besproken in de Klankbordgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van aanbestedende diensten en het bedrijfsleven en een aantal onafhankelijke leden.

Voor meer informatie inzake de Gids Proportionaliteit kunt u vrijblijvend contact opnemen.

 

Download hier de Gids Proportionaliteit 2016

Bel voor advies: 020 737 0854

Omdat de artikelen betreffende het proportionaliteitsbeginsel in Deel 1 van de Aanbestedingswet 2016 zijn geplaatst, zijn de schrijvers van de Gids van oordeel dat de voorschriften in de Gids Proportionaliteit 2016 ook (naast alle overheidsopdrachten voor diensten, leveringen en werken) van toepassing zijn op alle concessieopdrachten en speciale sector opdrachten. Zowel EU als nationaal dus.

De Gids bevat de volgende “comply or explain” voorschriften:

Voorschrift 3.3 A: De aanbestedende dienst verlangt bij raamovereenkomsten niet dat inschrijvers personeel, materieel of materiaal beschikbaar houden zonder dat daar een omzetgarantie of vergoeding tegenover staat.

Voorschrift 3.3 B: In de aankondiging maakt de aanbestedende dienst, wanneer binnen de raamovereenkomst een te plaat­sen opdracht over meerdere inschrijvers zal worden verdeeld, op transparante wijze bekend: 1. voor welke activiteiten bij inschrijving prijzen worden verlangd; 2. binnen welk tijdsbestek de onderscheiden werkzaamheden moeten worden uitgevoerd; en 3. op welke wijze deze werkzaamheden over de ondernemers zullen worden verdeeld.

Voorschrift 3.4 A: De aanbestedende dienst beziet per opdracht welke aanbestedingsprocedure geschikt en proportioneel is, daarbij slaat hij in ieder geval acht op de volgende aspecten:

  • omvang van de opdracht;
  • transactiekosten voor de aanbestedende dienst en de inschrijvers;
  • aantal potentiële inschrijvers;
  • gewenst eindresultaat;
  • complexiteit van de opdracht;
  • type van de opdracht en het karakter van de markt.

Onderstaande balkjes geven aan hoe decentrale aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven voorschrift 3.4A volgens de auteurs van de Gids in beginsel zou moeten worden toegepast (als een aanbesteder hier onvoldoende gemotiveerd van afwijkt kan daarover worden geklaagd (klacht / bezwaar) bij de aanbesteder en vervolgens bij de Commissie van Aanbestedingsexperts en / of de rechter in kort geding):

aanbestedingsdrempels gids leveringen diensten decentrale overhedenaanbestedingsdrempels gids werken decentrale overheden

(De Gids bevat ook nationale drempels voor de centrale overheid, maar die heeft ervoor gekozen die drempels op voorhand te negeren. Zie daarvoor: 20131003 Motivering Circulaire grensbedragen Rijk (ACTUEEL)  (brief) 20141217 Circulaire onderdrempelige grensbedragen Rijk (NIEUW) Dienaangaande stelt de minister: Uiteraard kunnen ondernemingen die van mening zijn dat de circulaire in een bepaald geval onvoldoende motivering biedt voor de gekozen aanbestedingsprocedure dit voorleggen aan de Commissie van Aanbestedingsexperts of de rechter. Het is uiteindelijk de rechter die bepaalt of door de rijksoverheid met de circulaire voldoende invulling aan het wettelijk kader wordt gegeven. zie ook 20141217 Kamerbrief onderdrempelige grensbedragen Rijk (NIEUW))

Voorschrift 3.4 B: Bij een meervoudig onderhandse procedure onder de Europese aanbestedingsdrempel nodigt de aanbestedende dienst ten minste drie en ten hoogste vijf inschrijvers uit tot het doen van een inschrijving.

Voorschrift 3.5 A: De aanbestedende dienst past slechts die (facultatieve) uitsluitingsgronden toe die relevant zijn voor de betreffende opdracht.

Voorschrift 3.5 B: Indien de aanbestedende dienst geschiktheidseisen stelt, stelt hij alleen geschiktheidseisen die verband houden met daadwerkelijke risico’s die de opdracht meebrengt, of terug te voeren zijn op de gewenste competentie(s).

Voorschrift 3.5 C: Bij de toepassing van een meervoudig onderhandse procedure stelt de aanbestedende dienst uitsluitend geschiktheidseisen indien bij de aanbestedende dienst de geschiktheid van een of meer van de potentiële inschrijvers nog niet bekend is.

Voorschrift 3.5 D: 1. De aanbestedende dienst verlangt geen zekerheidsstelling die niet samenhangt met het afdekken van risico’s ten aanzien van de uitvoering van de opdracht.2. Indien zekerheidstelling wordt verlangd bedraagt deze ten hoogste 5% van de opdrachtwaarde. 3. De aanbestedende dienst verlangt geen dubbele zekerheidstellingen. 4. Het tweede lid is niet van toepassing indien betaling voorafgaand aan de prestatie onderdeel is van de overeenkomst. 5. De aanbestedende dienst verlangt geen cessie van verzekeringspenningen.

Voorschrift 3.5 E: 1. De aanbestedende dienst verlangt van een inschrijver niet eerder dan na mededeling van de gunningsbeslissing een goedkeurende accountantsverklaring betreffende de jaarrekening. Voor niet jaarrekeningsplichtige ondernemingen volstaat een beoordelingsof samenstellingsverklaring.2. De aanbestedende dienst verlangt van een inschrijver geen door de accountant overgelegde aparte (deel)verklaring die ziet op één of meerdere onderdelen van de jaarrekening.

Voorschrift 3.5 F: De aanbestedende dienst stelt voor het toetsen van technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid kerncompetenties vast die overeenkomen met de gewenste ervaring op essentiële punten van de opdracht.

Voorschrift 3.5 G: 1. De aanbestedende dienst vraagt maximaal één referentie per benoemde kerncompetentie. 2. De aanbestedende dienst vraagt niet dat referentieprojecten een waarde hebben van meer dan 60% van de raming van de onderhavige opdracht.

Voorschrift 3.5 H: De aanbestedende dienst stelt geen hogere eisen aan combinaties van inschrijvers (samenwerkingsverbanden) dan hij stelt aan een enkelvoudige inschrijver.

Voorschrift 3.6: De aanbestedende dienst overweegt een langere termijn te hanteren dan de minimumtermijnen.

Voorschrift 3.7: De aanbestedende dienst overweegt de inschrijvers toe te staan varianten voor te stellen.

Voorschrift 3.8: De aanbestedende dienst biedt een vergoeding aan wanneer een gedeelte van de te plaatsen opdracht moet worden uitgevoerd om de inschrijving in te kunnen dienen.

Voorschrift 3.9 A: De aanbestedende dienst alloceert het risico bij de partij die het risico het best kan beheersen of beïnvloeden.

Voorschrift 3.9 B: De aanbestedende dienst biedt tijdens de aanbestedingsprocedure potentiële inschrijvers de kans suggesties te doen voor aanpassingen aan de conceptovereenkomst of af te wijken van de inkoopvoorwaarden.

Voorschrift 3.9 C: In gevallen waarin voor een bepaalde soort overeenkomst contractmodellen of algemene voorwaarden bestaan die paritair zijn opgesteld, past de aanbestedende dienst deze integraal toe.

Voorschrift 3.9 D: 1. De aanbestedende dienst verlangt geen aansprakelijkheid die op geen enkele manier gelimiteerd is. 2. Bij de beoordeling welke limitering van de aansprakelijkheid proportioneel is slaat de aanbestedende dienst in ieder geval acht op: • de risico’s die de aanbestedende dienst daadwerkelijk loopt; • de gebruikelijke aansprakelijkheidseis in de betreffende branche of voor de betreffende opdracht naar aard en omvang.

Voorschrift 3.9 E: Een aanbestedende dienst verlangt niet dat een inschrijver vooraf moet garanderen dat in geval een andere wederpartij dan de betreffende aanbestedende dienst een betere prijs krijgt voor hetzelfde product of dienst, de aanbestedende dienst deze dan met terugwerkende kracht ook moet krijgen.

Voorschrift 4.2: De aanbestedende dienst verlangt van een inschrijver geen andere vormvereisten dan welke tot doel heb­ben te komen tot een objectieve vergelijking van de inschrijvingen.